Column

Bob en Ron

Het najaar van 2018 stond voor mij in het teken van het overlijden van twee mij zeer dierbare collega's. Bob van der Tak en Ron de Rijk zijn er niet meer. Hun stemmen bestaan nog slechts in onze herinneringen en in de geluidsarchieven van RTV Utrecht, de NOS en FOX.

 

Bob van der Tak is bij het grote publiek vooral bekend geworden als zwemverslaggever bij de NOS, waar hij tijdens de winterspelen van 2012 de radiostem was bij de gouden medailles van Ranomi Kromowidjojo. Daarvóór had hij zijn sporen al ruimschoots verdiend bij RTV Utrecht. Op zaterdag deed hij voetbal, op zondag meestal hockey.

 

Bob had een karakteristiek stemgeluid en heerlijke manier van verslaggeven. Hij bereidde zich tot in de puntjes voor en mensen die op basis van zijn uiterlijk dachten dat ze in het komende interview weinig te vrezen hadden, kwamen vaak van een koude kermis thuis.

 

Toen hij bij RTV Utrecht binnenkwam, ontbrak het hem soms wel aan enthousiasme in zijn verslaggeving. Koert Westerman was bij ons destijds de presentator op zaterdag. In alle mooie verhalen die ik de afgelopen tijd over Bob heb gelezen, is de rol van Koert onderbelicht gebleven. Want dat Bob uit zijn dak kon gaan bij doelpunten in de zaterdagtopklasse en bij de gouden plakken van Ranomi, hadden we te danken aan de coaching van Koert.

 

Koert was als presentator, op zijn Hollands gezegd, zo gek als een deur. Niet iedereen was fan van hem, maar in de tijd dat hij presenteerde vlogen de luistercijfers van ons sportprogramma omhoog. Dat kwam door het enthousiasme waarmee hij presenteerde. Er was voor Koert alleen één probleem: Bob deed niet echt mee. Maar Koert kreeg Bob mee, en Bob werd, als dat moest, enthousiast zonder zijn persoonlijkheid geweld aan te doen.

 

Legendarisch is zijn verslag tijdens een thuiswedstrijd van Spakenburg, dat vanwege het oktoberfeest in de kantine om half 3 aftrapte in plaats van op het traditionele tijdstip van 3 uur. Bob meldde dat in de uitzending, met de opmerking dat de bezoekers van de Westmaat zodoende eerder aan het bier konden. "Alle bezoekers? Nee, ik niet, want ik ben de Bob", besloot Bob zijn flits.

 

En Bob was inderdaad Bob, authentiek tot in zijn vezels, en een ernstig ondergewaardeerd verslaggever. Ik vrees dat dat veroorzaakt werd door zijn voorkomen. Waarmee maar weer eens is bewezen dat uiterlijke schijn maar wat vaak bedriegt.

 

Iets meer dan een maand na Bob overleed Ron de Rijk. Hoewel slechts dertien jaar ouder dan ik ben, was hij één van mijn grote voorbeelden toen ik begin eind '80 mijn debuut maakte als radioverslaggever. Ron was een goed observator, zeer taalvaardig en bovenal een zeer aimabel en sociaal bewogen mens. Ik leerde hem kennen op de (oude) tribunes van Spakenburg en IJsselmeervogels, waar hij namens de NCRV en ik namens Radio Utrecht ons werk deden.

 

Ron onderscheidde zich in één belangrijk opzicht van zijn collega's: hij zag de jongens van de 'regionalen' niet als bedreiging of amateurs, maar hielp ze op weg. Dat is hij altijd blijven doen. Daarbij belde hij later ook regelmatig op om even te sparren over zijn favoriete club IJsselmeervogels, waar vader Jan, ook al zo'n innemend mens, jarenlang trainer was. Dat gebeurde altijd met een scherpe blik, soms op scherpe toon, maar nooit belerend.

 

Ron en ik waren de laatste twee jaar collega's bij FOX. Een maand voor zijn dood werkten we op zaterdagavond nog met elkaar. We spraken uitgebreid over onze gezamenlijke voetballiefde: het zaterdagvoetbal en de verslaggeving daarvan. Het was ons allerlaatste gesprek. Nog geen week later kregen we bericht dat Ron ernstig ziek was. Een maand daarna kwam het bericht van zijn overlijden.

 

Met Bob van der Tak en Ron de Rijk verliest het zaterdagvoetbal twee unieke pleitbezorgers. Ik zal ze missen.

 

Bert Kous